Belgische professionals in een vergadering met digitale schermen en laptops Belgische professionals in een vergadering met digitale schermen en laptops

Waarom gaat digitale innovatie in België trager dan verwacht en wat houdt ons tegen

Je vraagt een bouwvergunning aan via een digitaal loket, maar moet toch nog drie documenten per post opsturen. Of je start een webshop, ontdekt dat de btw-registratie in Brussel anders verloopt dan in Gent, en verliest twee weken aan administratie. Ondertussen betaal je moeiteloos met je telefoon in de supermarkt en werkte je tijdens de pandemie gewoon thuis verder via videoconferentie. België digitaliseert, maar met twee snelheden tegelijk. Wij van Informeren.be zien die kloof terug in veel domeinen die we behandelen, van overheidsprocessen tot ondernemen: wat al vlot loopt en wat structureel blijft hangen, ligt verder uit elkaar dan de meeste mensen beseffen.

Wat Belgen wél goed doen, en waar het vastloopt

België scoort niet slecht op alles. Mobiel betalen is hier razend populair, Payconiq is diep ingeburgerd en contactloos afrekenen is eerder regel dan uitzondering. Tijdens en na de covid-periode nam thuiswerken een vlucht die veel werkgevers verraste, en veel bedrijven hebben die omschakeling behouden. Ook e-commerce groeide fors.

Maar vergelijk dat met waar het vastloopt: de uitrol van glasvezel, de digitalisering van overheidsdiensten, de technologische kloof in kleine bedrijven. Op die fronten hinkt België achterop, ook binnen Europa. Dat contrast is precies het vertrekpunt om te begrijpen waarom digitale innovatie in België trager verloopt dan verwacht.

Drempel 1: het glasvezelprobleem

Snelle, stabiele internetverbindingen zijn de basis van elke serieuze digitalisering. En daar wringt al een eerste schoen. In Nederland is glasvezel al op een groot deel van de adressen beschikbaar; in Zweden is de uitrol al jaren verder. België kampt met een structureel tragere aanpak, en dat heeft een concrete oorzaak: de uitrol vereist telkens gemeentelijke vergunningen, en die procedures verschillen sterk per gemeente.

Een operator die glasvezel wil leggen in twintig Vlaamse gemeenten, heeft twintig verschillende procedures te doorlopen, soms met andere formulieren, andere doorlooptijden en andere aanspreekpunten. Bovenop die vergunningsfragmentatie zijn er ook gewestelijke bevoegdheden over openbare werken. Het resultaat is dat projecten vertraging oplopen, kosten stijgen en sommige minder dichtbevolkte gebieden onderaan de prioriteitenlijst zakken. Landelijk wonen in België kan in 2026 nog steeds betekenen dat je geen degelijke vaste verbinding hebt.

Drempel 2: regelgeving als rem

België heeft een van de meest complexe staatsstructuren ter wereld. Federaal, drie gewesten, drie gemeenschappen: voor een innovatief bedrijf dat zijn diensten in heel België wil aanbieden, betekent dat niet één regelgevend kader, maar meerdere overlappende systemen. Welk niveau is bevoegd voor dataopslag bij publieke dienstverleners? Wie vergunt een medtech-toepassing? Waar registreer je een fintech-dienst?

Wij zien bij Informeren.be regelmatig berichten van jonge bedrijven die niet zozeer struikelen over de technologie, maar over de vraag bij welke overheid ze terecht kunnen. Dat is geen kleinigheid: elke maand administratieve onzekerheid kost een startup geld en energie die beter in productontwikkeling gaat. Buurlanden met centralere structuren lopen hier een zichtbare voorsprong op.

Drempel 3: het vaardighedentekort op de werkvloer

Digitale tools zijn maar zo nuttig als de mensen die ze gebruiken. En daar is het beeld gemengd. Europese data tonen aan dat een significant deel van de Belgische werknemers over onvoldoende digitale basisvaardigheden beschikt om efficiënt met nieuwe software of geautomatiseerde systemen te werken. Dat is geen verwijt aan die mensen, maar het resultaat van onvoldoende bijscholing op de werkvloer, met name bij kmo’s.

Een boekhoudkantoor dat zijn medewerkers niet in staat stelt om cloud-gebaseerde software te leren gebruiken, draait twee jaar later op inefficiënte processen. Een productiebedrijf dat investeert in machines met digitale sturing maar niemand heeft die de dashboards behoorlijk leest, mist het grootste deel van de winst van die investering. Het tekort is niet in de technologie, het zit in de aanpassing van de mensen aan die technologie.

Drempel 4: kmo’s tussen wal en schip

Belgische kmo’s vormen de ruggengraat van de economie, maar ze bevinden zich in een ongemakkelijke positie als het om digitalisering gaat. Ze zijn te klein om grote IT-investeringen gemakkelijk te dragen, maar te groot of te complex om automatisch in aanmerking te komen voor de eenvoudigste subsidies. De premiestructuren zijn bovendien versnipperd over gewesten en sectorfondsen, elk met eigen voorwaarden en timing.

Een Waalse aannemer met acht werknemers die wil investeren in digitale projectplanning, botst op een subsidiedoolhof. Hij moet uitzoeken of hij via het Waals Gewest, een sectoraal fonds of een Europees programma kan aankloppen, en dat telkens met andere documentatievereisten. Veel ondernemers haken op dat punt af, niet uit gebrek aan ambitie maar uit tijdgebrek. Het resultaat is dat de digitaliseringsgolf wel passeert, maar hen niet echt meeneemt.

Drempel 5: publieke diensten als achterhoedegevecht

Privébedrijven kunnen maar zo snel digitaliseren als de publieke diensten waarmee ze samenwerken. En daar knelt het stevig. Bouwvergunningstrajecten, overheidsopdrachten, btw-aangiftes en milieudossiers: de digitalisering van die processen loopt sterk uiteen. Sommige zijn uitstekend geregeld (de MyMinfin-omgeving voor belastingen is functioneel), andere zijn een lappendeken van pdf-formulieren en verplichte papieren bijlagen.

Een architect die een vergunningsdossier indient voor een project op de grens van twee gemeenten, merkt soms dat de ene gemeente digitaal werkt en de andere niet. De vertraging die dat oplevert, betaalt uiteindelijk de opdrachtgever. Dat is de concrete manier waarop trage publieke digitalisering de private sector remt, niet als abstract beleidsprobleem maar als factuur onderaan een offerte.

Wat België kan leren van Estland en Denemarken

Vergelijkingen met kleine landen als Estland klinken soms als een cliché, maar ze zijn relevant juist omdat ze bewijzen dat structurele drempels overwinbaar zijn. Estland bouwde in de jaren negentig een volledig digitale overheidsinfrastructuur op, met één identiteitsplatform dat de basis vormt voor ondertekening, stemmen, belastingen en gezondheidsdossiers. Het resultaat is dat de gemiddelde Estlander minder dan vijf minuten nodig heeft voor zijn belastingaangifte.

Denemarken nam een andere weg: verplichte digitale communicatie met de overheid werd ingevoerd voor bedrijven en burgers boven een bepaalde leeftijd, met uitzonderingen voor wie echt niet mee kan. Dat creëerde schaaleffecten en dwong tegelijk de overheid om haar systemen echt te laten werken.

Geen enkel van beide modellen is één op één te kopiëren naar België, al was het maar vanwege de staatsstructuur. Maar de kern van de les is simpel: kies één centraal identiteitsplatform, maak interoperabiliteit tussen systemen verplicht, en investeer in digitale vaardigheden als gezondheidszorg van de economie. België heeft de middelen. Het ontbreekt aan politieke keuzes, niet aan technologische mogelijkheden.

Drie situaties waarin gewone Belgen de vertraging voelen

Digitale innovatie in België is geen abstract beleidsthema. Het is zichtbaar in concrete dagelijkse situaties.

  • Een zelfstandige in Luik die een subsidie aanvraagt voor een nieuwe laptop en boekhoudsoftware, stuit op een formulier dat alleen in pdf beschikbaar is, dat ze uitgeprint en ondertekend moet opsturen, waarna ze zes weken wacht op een antwoord. Haar Nederlandse concurrent regelde hetzelfde in twee werkdagen via een online portaal.
  • Een vijftigjarige medewerker in een Gentse groothandel die met pensioen gaat terwijl zijn werkgever overstapt op een nieuw ERP-systeem. Er is geen budget voor opleiding, hij voelt zich overboord gezet, en het bedrijf verliest een ervaren kracht die met wat begeleiding perfect mee had gekund.
  • Een jong koppel in een Antwerpse randgemeente dat snel glasvezel wil, maar te horen krijgt dat hun straat nog drie tot vier jaar op de planning staat. Ze werken beiden deels thuis en schakelen noodgedwongen over op 5G-toestellen, wat duurder uitvalt per maand.

Drie totaal verschillende situaties, maar dezelfde oorzaak: een systeem dat sneller beweegt aan de top dan aan de basis.

België presteert niet slecht in digitalisering, maar verbergt een structurele tweespalt. Mobiel betalen en thuiswerken lukken prima, maar de infrastructuur, de regelgeving, de digitale vaardigheden en de overheidsprocessen trekken niet gelijk op. Die kloof kost elke dag geld en kansen, voor bedrijven én gewone mensen. De drempels zijn niet technologisch van aard, ze zijn bestuurlijk. Dat betekent dat ze oplosbaar zijn, maar alleen als bevoegdheden beter worden gecoördineerd en investeringen verder gaan dan beleidsdocumenten. Zolang dat niet gebeurt, blijven die twee snelheden gewoon naast elkaar bestaan.